U bent hier

Anderstaligen

Je vindt een parel van een medewerker met de juiste (vak)technische competenties en motivatie. Alleen de (specifieke) kennis van het Nederlands is onvoldoende om goed te functioneren op de werkvloer. We geven enkele tips om daarmee om te gaan. Je kunt ook beroep doen op een waaier aan ondersteuningsmogelijkheden.

Maak het niet moeilijker dan nodig

'We leggen de lat voor iedereen gelijk, maar je moet er wel over kunnen springen.' Dat is een vaak gehoorde uitspraak van werkgevers die er niet in slagen nieuwkomers of mensen met een migratieachtergrond aan te werven. Ze hebben geeneens ongelijk, jobvereisten zijn voor iedereen gelijk. Alleen: zijn ze niet vaak onnodig hoog? Sta hier eens even bij stil:

  • Voer je selectiegesprekken op het taalniveau dat nodig is voor de functie? Vermijd onnodige taaldrempels.
  • De toekomstige medewerker moet vooral mondeling communiceren? Dan is een schriftelijke voorbereiding een onnodige taaldrempel.
  • Geef de kandidaat tijd om zich voor te bereiden op het gesprek en bijvragen te stellen als hij iets niet volledig heeft begrepen. Vraag eventueel expliciet of de kandidaat jouw vraag heeft begrepen.
  • Geef concrete situaties die te maken hebben met de functie en stel hierover concrete vragen. Voor een anderstalige is het makkelijker om dit te begrijpen.
    • Vb. “Iemand komt aan het onthaal met een klacht. Wat doe je?” is duidelijker dan “Hoe moet een onthaalmedewerker volgens jou omgaan met een bezoeker die een klacht heeft?”
  • Als het niet nodig is dat het volledige gesprek in het Nederlands verloopt, kan je vooraf bepalen wat je in een andere taal zal zeggen.
    • Vb. Verwelkom de kandidaat in het Frans (of Engels of …) en kondig aan dat je zal overschakelen naar het Nederlands.
    • Vb. Als je aan het einde van het gesprek concrete afspraken maakt over het verdere verloop van de procedure, kan dat eventueel in een andere taal. Zo weet je zeker dat de kandidaat de afspraken goed heeft begrepen.
    • Voor interviewers bestaan er 'vormingen duidelijke taal', waarin ze tips krijgen om duidelijk te communiceren in het Nederlands (mondeling en/of schriftelijk) met anderstaligen met een basiskennis Nederlands.

Handige tools

Het Huis van het Nederlands kan je bij dit alles ondersteunen en heeft vestigingen in alle Vlaamse provincies en Brussel.

De synoniemenlijst van Wablieft helpt je om begrijpelijk Nederlands te gebruiken in plaats van moeilijke ambtenarentaal.  deze website bevat een gratis uitgebreide synoniemenlijst. 

Bekijk ook hoe je klare taal in je afbeeldingen en logo's brengt.

Hoe goed is het Nederlands van je sollicitanten? Gebruik de checklist.

Zorg voor objectivering in je selectiemethodieken

Bedenk ook dat Nederlandstalige medewerkers niet altijd even geletterd zijn. Met deze methodiek analyseer je of de taal in jouw organisatie wel effectief klare taal is en leer je de signalen van laaggeletterdheid op te vangen.

Taalondersteuning vanuit de overheid

De overheid en sectorfondsen bieden financiële ondersteuning en praktische tips voor organisaties. Het gaat van Nederlands leren op de werkvloer tot het ondersteunen van de collega’s om bij te dragen tot een vlottere communicatie.

Verso maakte voor jou een overzicht van alle mogelijke ondersteuningen met betrekking tot taal op de werkvloer.

knipsel_taalgids_0.png

Andere vormen van ondersteuning:

1.  De individuele beroepsopleiding met taalondersteuning (IBOT): een individuele beroepsopleiding aan de start van een tewerkstelling met gratis taalondersteuning.

2.  Je kan tijdens de eerste 6 maanden van tewerkstelling ook een beroep doen op een job- en taalcoach. De coach richt zich niet op technische of vakspecifieke vaardigheden, maar wel op motivatie, werkattitudes en communicatieve vaardigheden en het verwerven van Nederlands in functie van de job van de medewerker. Voor kansengroepen is deze coaching gratis.

3.  Nederlands op de werkvloer: Een instructeur van VDAB observeert je anderstalige medewerker(s) in hun werkcontext en bepaalt op basis daarvan welke ondersteuning nodig is. De opleiding wordt op maat gemaakt, geïntegreerd in de gewone werktaken en zoveel mogelijk tijdens de werkuren in je organisatie gegeven. Deze aanpak is efficiënt en resultaatgericht. De duur van de opleiding is afhankelijk van de doelstellingen, maar het aangewezen minimum is 20 uur voor individuele lessen en 40 uur voor groepslessen. De prijs bedraagt 75 euro per gegeven lesuur, ongeacht hoeveel personen er deelnemen. De meeste sectorfondsen ondersteunen dit financieel. Deze optie is interessant voor medewerkers die al langer in dienst zijn en als je een groep van medewerkers hebt die in aanmerking komen.

4.  Je kan je anderstalige medewerkers stimuleren om taallessen te volgen buiten de werkuren, bijvoorbeeld bij een Centrum voor Basiseducatie (CBE) of een Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) in de buurt. Het tempo en het niveau ligt iets hoger in een CVO dan in een CBE. Als werkgever kan je hierin financieel tussenkomen.

5.  Je medewerker kan buiten de werkuren deelnemen aan heel wat initiatieven om op een informele en laagdrempelige manier Nederlands te oefenen, zoals een conversatiegroep of uitstappen met een Nederlandstalige.

6.  Het Huis van het Nederlands ondersteunt organisaties om een taalbeleid op poten te zetten. Je bepaalt bijvoorbeeld welk niveau van taalkennis een medewerker echt nodig heeft en past je aanwervingsprocedure en ondersteuning op de werkvloer (bv. werkpostfiches) daarop aan. Met visualisering kan je vaak wonderen doen. Dit komt ook de Nederlandstalige medewerkers ten goede.

7.  De sectoren en sectorfondsen voorzien financiële ondersteuning voor het organiseren van Nederlands op de werkvloer of andere initiatieven rond taal.

Pronatura over haar taalbeleid

Een basiskennis van de Nederlandse taal behoort tot de basisvaardigheden die nodig zijn om in Vlaanderen te kunnen werken, evenals lezen en schrijven en omgaan met informatie. Als je merkt dat je anderstalige of Nederlandstalige medewerkers ook nood hebben aan ondersteuning in andere basisvaardigheden, neem dan contact op met een Centrum voor Basiseducatie in de buurt voor een screening en een aanbod op maat.

Diversiteit